Succesvolle Groningse aanpak van armoede krijgt navolging: ‘Armoede is opeenstapeling van stress’ 21 februari 2026 Whatsapp Share Share Generatie-armoede wordt het genoemd. Oftewel gezinnen die al generaties in armoede leven, en die er maar niet in slagen uit de put te kruipen. In Groningen is een aanpak bedacht die wél het verschil kan maken. Gezinnen en alleenstaanden krijgen een buddy (vriend) die ze helpt bij problemen waar ze tegenaan lopen. Bijvoorbeeld door mensen te helpen een weg te vinden in het woud van bureaucratische regels. Honderden mensen zijn inmiddels geholpen. De aanpak wordt nu verder uitgerold naar omliggende gemeenten zoals Het Hogeland. “Armoede is een opeenstapeling van stress. Daar komen we steeds meer achter.” In de Kunstkerk in Warffum wisselden Groningse hulpverleners ervaringen uit over de aanpak van armoede. Het werken met buddy’s is een van de twee pijlers onder de Groningse projecten Kansen voor Kinderen en Kansrijk Groningen. De andere pijler is de ‘doorbraakmethode’. Hulpverleners gebruiken die methode om, soms buiten de regeltjes om, tot oplossingen te komen voor gezinnen. Soms moet dan een binnenbochtje worden genomen. Buiten de protocollen worden gewerkt. Dat is dan maar zo, vinden ze in Groningen. De mensen staan voorop en niet de regeltjes. Het goede nieuw is dat door geld van Nij Begun (het herstelprogramma voor de aardbevingen) er zicht is op dertig jaar financiering voor de Groningse aanpak. Dat is belangrijk, zeggen Kansen voor Kinderen en Kansrijk Groningen, want generatie-armoede los je niet in een paar jaartjes op. Trauma’s Een van de belangrijkste inzichten die de Groningse hulpverleners in de afgelopen jaren hebben gekregen, is dat ze bij het helpen van arme gezinnen soms aan de verkeerde touwtjes trekken. Er wordt volop ingezet op gedragsverandering van de mensen in armoede. Op zich kan dat werken, maar het werkelijke probleem ligt vaak ergens anders, houdt Julian Rengers van het Sociaal Planbureau Groningen de zaal in Warffum voor. In gezinnen die al generaties in armoede leven, hebben de kinderen en ouders een negatief zelfbeeld. Ze voelen zich minderwaardig ten opzichte van anderen. Bij kinderen kan dat er toe leiden dat ze zich terugtrekken. Ze zitten stilletjes achterin de schoolklas. Ze worden niet uitgenodigd voor feestjes, want ze worden door hun klasgenootjes bestempeld als ‘een beetje raar’. “Je voelt je buitengesloten, je voelt je anders”, zegt een van de betrokken gezinsleden in een video die voor de zaal wordt afgespeeld. Het bevestigt de arme kinderen in hun zelfbeeld dat ze er niet toe doen. “We moeten veel meer aandacht geven aan de stress en trauma’s waar ouders en kinderen mee te maken hebben”, zegt Rengers. “Dat komt ook naar voren uit een onderzoek dat wij hebben gedaan in Groningen. Het afwijkende gedrag dat mensen in armoede vertonen komt vaak voort uit onverwerkte trauma’s. We hebben van de provincie Groningen en Drenthe geld gekregen om dat verder te onderzoeken.” Toekomstperspectief Selima Renes kan daar uit eigen ervaring over meepraten. Ze is nu buddy van een zevental huishoudens in Groningen en helpt mensen uit hun dal te klimmen. Doel is dat de gezinnen of alleenstaanden binnen een jaar een beter toekomstperspectief krijgen, onder andere door ze te helpen met het vinden van de juiste hulpinstanties. Want cliënten hebben geen idee bij wie ze moeten aankloppen, en als ze het wel weten durven ze het niet. Dan komt het negatieve zelfbeeld weer om de hoek kijken. Selima is bijna altijd beschikbaar als iemand hulp nodig heeft. “Ik ben weleens een betaalde vriendin genoemd”, lacht ze. Ze komt zelf ook uit een gezin met problemen. “Ik heb het zelf ook allemaal meegemaakt. Dat maakt het makkelijker om ergens binnen te komen. Je moet als buddy een klik krijgen met de mensen, anders werkt het niet.” Een van de mensen die Selima hielp, is Carmel. Carmel vertelt zelf haar verhaal in Warffum. Ze durft nu voor een volle zaal te spreken, dat was een aantal jaren geleden ondenkbaar. Ze is dankbaar voor de hulp die ze heeft gekregen. “Wat voor mij belangrijk was, is dat ik de hele week iemand kon bellen. Ik leefde bewust ‘s nachts, want overdag kwamen de deurwaarders en schuldeisers. Dus overdag was ik er niet, dan hoefde ik er niet mee te dealen. Toen ik eenmaal een klik had met mijn buddy ging het beter. Toen dacht ik wel: ‘waarom ben ik hier niet eerder mee begonnen’.” Carmel is nu zelf ook buddy geworden. Ze is zelfs de eerste buddy in Groningen die zich specifiek op jongeren richt, want die hebben vaak een specifieke aanpak nodig, heeft de ervaring geleerd. Scooter Selima geeft daar een voorbeeld van. Ze werd buddy van een jongere die graag een scooter wilde hebben. Dat leek Selima in eerste instantie niet zo’n goed idee. Want de jongen zat al in de schulden, is het dan verstandig om een scooter aan te schaffen? Maar hij haalde zijn rijbewijs. En toen de jongen eenmaal een scooter had, kon hij meedoen met anderen. Hij ging mee met vissen, en kon ook aanhaken bij andere uitjes. Opeens deed hij mee, letterlijk en figuurlijk. Dat was een paar jaar geleden. De jongen is nu projectmanager bij een bedrijfje in Groningen. Selima: “Als wij mensen echt willen helpen, moeten we anders gaan denken.” In Het Hogeland zijn zo’n vierhonderd kinderen waarvan de ouders al minimaal een jaar leven op of onder bijstandsniveau. Van die groep leven honderd kinderen al meer dan vier jaar in armoede. De kinderen lopen extra risico op huiselijk geweld en seksueel misbruik. Het aanpakken van armoede is geen eenvoudige klus, schreven wij eerder in dit verhaal: Hoogopgeleiden krijgen er van langs in Maarhuizen Nieuws