Kapper Jelis Schuiling (Hairpoint) streeft niet langer naar nieuwe vestigingen 20 juni 2026 Whatsapp Share Share Kapper Jelis Schuiling heeft nu nog vier Hairpoint-zaken, verspreid over Winsum en de stad Groningen. Eén van die vier verhuurt hij aan een oud-medewerker. Het waren ooit zeven zaken. In de toekomst zou het aantal vestigingen verder kunnen afnemen. En eigenlijk vindt hij dat helemaal niet erg. Jelis Schuiling (60) is een optimistisch mens. Hij denkt graag vooruit. Anders was het hem ook nooit gelukt om samen met zijn vrouw Anja zeven kappersvestigingen te bestieren, met meer dan veertig personeelsleden. Naast zijn werk is hij voorzitter van VV Warffum. Maar Schuiling ziet ook dingen gebeuren in de kapperswereld, en de wereld daarbuiten, die hem minder aanspreken. Hij komt makkelijk met een paar voorbeelden. De samenhang in de maatschappij staat onder druk. We zijn zo angstig geworden dat we alles in regeltjes willen vatten. We maken jongeren onzeker. We spreken Jelis in zijn vestiging in Winsum, waar hij meewerkend voorman is. Hij heeft in de loop der jaren veel geleerd over het kappersvak. Eén van zijn grondbeginselen is: het kappersvak is tachtig procent communicatie, en twintig procent uitvoering.’ “De klant komt heus niet alleen voor haarverzorging, maar ook voor de social talk. Sommigen ook niet, maar dat moet je dan aanvoelen.” Patat en een frikandel Schuiling ziet dat met name nieuwe, jonge medewerkers moeite hebben met die sociale kant. Hij moet ze helpen om bijvoorbeeld over de angst heen te stappen om zelf de telefoon op te nemen. “We hebben dan al een uitgebreid trainingstraject achter de rug dat een nieuwe medewerker doorloopt, met een handboek en zo. Daar nemen we echt de tijd voor. Maar ja, dan gaat de telefoon. Het moment suprême. ‘Pak maar op’, zeg ik dan. Dan zie je ze van kleur verspringen. ‘Wat moet ik zeggen?’ ‘Nou, drie patat met en een frikandel’, grap ik dan soms. Ik bedoel dat niet verwijtend. Je hebt nou eenmaal introverte en extraverte mensen, ook in ons vak. Maar ik zie wel een rode lijn in de jeugd. Ze zijn al snel bang om iets verkeerds te zeggen. Of wat een ander er van vindt, daar zijn ze heel gevoelig voor. Ook op school.” Het onderwijs zou die handschoen moeten oppakken, vindt Schuiling. “Opleidingen zijn zo ingericht dat ze jongeren onnodig onzeker maken, omdat ze teveel aandacht geven aan wat een student níet kan, in plaats van wat een student wél kan.” Rots en water Hij is zelf groot fan van ‘Rots en Water’, een weerbaarheids- en sociale vaardigheidstraining voor kinderen en jongeren. “Daar is aandacht voor het individu in plaats van de massa. In die training komt aan bod ’wanneer beweeg ik mee’ (water) en ‘wanneer blijf ik rechtop staan en kom ik voor mijzelf op’ (rots). Dat is de basis van hoe je iemand helpt zich te ontwikkelen. We moeten in het VMBO-onderwijs stoppen met niveaus. Het gaat om het individu. Maatwerk. Wat past bij jou? Wat vind je leuk? Wat iemand niet leuk vind, hoef ik helemaal niet te weten. Wie heeft daar wat aan. Je moet altijd het positieve uit de mens halen. Die extra energie die je in jongeren stopt, krijg je als maatschappij weer terug.” Focus De kapperswereld is veranderd, weet Schuiling als geen ander. Er komen steeds meer barbershops. En beautysalons, waar de focus breder ligt dan alleen op het haar. Wat ziet hij zelf gebeuren in de nabije toekomst? “Of je wordt heel groot, maar dan wel één salon waar je zelf grip op hebt. Of je wordt een kleine zelfstandige, met twee of drie personeelsleden. Grote ketens van kapperszaken gaan er af, daar blijven er weinig van over, denk ik.” Waarom verdwijnen die ketens dan? “Als ik het op onszelf betrek: toen wij volop aan het uitbreiden waren, hadden we in alle vestigingen een salonmanager staan. Die heb je nodig voor de dagelijkse leiding. Maar zo’n salonmanager moet wel durven om medewerkers aan te spreken als er een keer iets niet goed gaat. En die mensen zijn tegenwoordig heel moeilijk om te vinden. Ze willen het niet, of durven het niet.” Kleiner team Los van de bemensing van de salons komt er tegenwoordig ook veel meer kijken bij het runnen van een kapperszaak. Vooral als je meerdere zaken hebt. Arbo-wetgeving, administratie, regelgeving op allerlei gebieden. Schuiling heeft gemerkt dat hij liever leiding geeft aan een kleiner team dan aan een hele keten van kapperszaken. Hij is nu zestig jaar en doet liever dingen die hij leuk vindt. Hij heeft het bijhouden van excel-sheets ingeruild voor het weer oppakken van de schaar. Schuiling heeft weer dagelijks nauw contact met zijn klanten. En dat bevalt hem, zegt hij. “Je werk moet je geen energie kosten. Je moet er energie van krijgen.” Wat betekent dat voor de vestigingen die hij nog heeft? De toekomst zal het leren, zegt hij. Winsum bijvoorbeeld blijft fier overeind staan. “Ik werk hier met mensen die al tien jaar bij ons zijn. We weten wat we van elkaar kunnen verwachten en we hebben een mooie klantenkring. We hebben hetzelfde doel. Dat is misschien nog wel het belangrijkste.” Nieuws