500 jaar Joodse geschiedenis in Appingedam: ‘betrokkenheid nog altijd groot’ 30 juni 202629 juni 2026 Whatsapp Share Share Het is dit jaar vijfhonderd jaar geleden dat de aanwezigheid van de eerste Joden in Appingedam werd opgemerkt. Tien jaar later begon zich een gemeenschap vanuit de Dijkstraat te vormen, waardoor de Joodse gemeenschap in het stadje de oudste is van de provincie. Op het hoogtepunt, aan het eind van de negentiende eeuw, telde de gemeenschap bijna driehonderd leden. Waarom kwamen de Joden naar Appingedam toe en welke sporen van die gemeenschap zijn nog terug te vinden vandaag de dag? Diefstal Het stelen van een waardevolle kelk uit de kerk van Solwerd, daar werd in 1525/1526 de aanwezigheid van de eerste Joden in Appingedam opgemerkt. De zilveren kelk werd later teruggevonden in het water nabij de Heiliggravenweg. De pastoor was woedend en eiste een vergoeding voor het vergrijp. ”Dit incident moet je wel kunnen plaatsen in de tijd van de zestiende eeuw”, vertelt stadsgids Kees Lavooij die zich heeft verdiept in de Joodse geschiedenis. ”Toen was er al een zekere afkeer tegen Joden, de zogenaamde antisemitische gevoelens.” Ondanks deze kritische noot die Lavooij bij dit verhaal plaatst, markeert dit wel het begin van de aanwezigheid van die gemeenschap. Appingedam als toevluchtsoord Appingedam had zich in de vijftiende eeuw ontwikkeld als belangrijkste plek in de Ommelanden. Niet alleen had de stad een gunstige ligging; het had veel belangrijke handelspartners in Duitsland en Scandinavië. De verhalen over die bloeiperiode hadden ook de Praagse Jood, Joest Muesken, bereikt. Samen met zijn vrouw en kinderen vestigt hij zich in de Dijkstraat in 1536. Als handelaar en pandjesbaas is hij actief in de stad en dat valt ook bij het stadsbestuur van Appingedam in goede aarde: ‘Hij was een vrome Jood.’ Toch vertrekt hij na negen jaar weer uit de stad. De synagoge aan de Broerstraat, gebouwd in 1801 | foto: Omroep Eemsdelta Voor Joden verboden Aan het begin van de zeventiende eeuw laait de onrust rondom de Joodse gemeenschap in Nederland op. Haat tegen Joden werd vooral aangewakkerd en verspreid door de Christenen. Zij hielden Joden verantwoordelijk voor de dood van Jezus en wezen de Joden aan als een zondebok. De bouw van een eigen gebedshuis in de vorm van een synagoge was dan in het begin van de zeventiende eeuw ook niet wenselijk. ”Ze hielden vooral diensten in huizen van de gemeenschap zelf”, vertelt stadsgids Lavooij. ”Zo werden er diensten gehouden aan het Bolwerk en in de Dijkstraat.” “Wat overblijft, is de leegte”Stadsgids Kees Lavooij Ondanks de antisemitische gevoelens vanuit de Christelijke kerk vestigen zich steeds meer Joden in Appingedam, zo’n dertig mensen. Aanmelden bij een gilde, voorloper van een vakbond, was voor Joden wel verboden. Ook het stadsbestuur is niet altijd verdraagzaam geweest tegenover de gemeenschap. Aan het eind van de zeventiende eeuw wordt zelfs de huissynagoge aan het Bolwerk gesloten. De Joodse begraafplaats aan de Heidensgang wordt gekenmerkt door de leegte | foto: Omroep Eemsdelta Haat maakt plaats voor verdraagzaamheid Het aantal Joden in Appingedam groeit in de achttiende en negentiende eeuw rustig door. Niet alleen worden ze in 1796 wettelijk gelijkgesteld met niet-joden; in Appingedam krijgt de Joodse gemeenschap een eigen synagoge aan de Broerstraat in 1801. Ook kunnen Joden in die tijd in Appingedam begraven worden, want aan de Heidensgang verleend de burgemeester toestemming voor een eigen plek. Die begraafplaats is vandaag de dag nog steeds in gebruik. Rond 1900 telt Appingedam bijna driehonderd joden. Voornamelijk werkzaam in het porselein, in het geldwezen, als slager of als pandjesbaas. Geen woorden voor ”Het is echt schrikbarend hoeveel Joden zijn weggevoerd uit Appingedam”, zegt Lavooij. Tijdens de oorlog neemt het aantal Joden in snel tempo af. ”In een jaar tijd zijn alle herinneringen uitgewist.” Het noorden van Nederland was namelijk als eerst aan de beurt als het om de deportatie van Joden ging. ”Procentueel gezien zijn hier veel meer Joden vermoord dan bijvoorbeeld in het westen van het land”, legt hij uit. ”Dat zie je ook in Appingedam terug, want daar keerden slechts zes mensen terug na de oorlog. Wat overblijft is, de leegte.” Betrokkenheid groot Appingedam is geschokt na de oorlog en het gevoel van leegte en stilte overheerst. Niet alleen blijft de synagoge voorgoed leeg, ook zal de begraafplaats altijd half leeg blijven. ”Dat symboliseert juist die leegte”, vertelt Lavooij. ”Dat had hun laatste rustplaats moeten zijn.” Ondanks het gemis van de, ooit zo bloeiende, Joodse gemeenschap is de betrokkenheid nog altijd erg groot. Zo staat er een monument ter nagedachtenis aan de voormalige bewoners en wordt er tijdens de Dodenherdenking uitgebreid stilgestaan bij de Joodse slachtoffers. ”Damsters zijn echt betrokken bij dat stukje van de geschiedenis.” Het standbeeld van de geboren Damster die een heldenrol vervulde in de oorlog | foto: Omroep Eemsdelta Nalatenschap De synagoge wordt vandaag de dag nog gebruikt voor culturele en educatieve doeleinden. Zo zijn de verhalen van de Joodse gemeenschap bewaard gebleven in een, speciaal daarvoor ontworpen, boekenkast. Ook kunnen belangstellenden een kijkje nemen in de synagoge onder leiding van een stadsgids. Een standbeeld aan de Molendrift in Appingedam, naast de bibliotheek, weerspiegelt nog het meest bijzondere verhaal. Rudolph Pabus Cleveringa werd geboren in Appingedam en werkte tijdens de oorlog als hoogleraar in Leiden. De Duitsers vonden dat Joden geen plek in het onderwijs moesten krijgen, waardoor Joodse docenten werden weggestuurd en ontslagen. Cleveringa nam het juist op voor zijn Joodse collega’s en verdiende daardoor de status van heldenrol in onzekere en angstige tijden. Nieuws